Fruitteelt

De belangrijkste tak op het bedrijf is de fruitteelt. Het hele jaar zijn we bezig om uiteindelijk in 2 maanden al het fruit te plukken. Wij willen u graag laten zien hoe de fruitteelt in elkaar zit en wat er door het hele jaar te doen is.

Winter
In de winter, als de bladeren van de bomen zijn, wordt er een begin gemaakt met snoeien. Hier ligt het begin van de appels en peren voor volgend jaar. Tijdens het snoeien wordt een teveel aan takken verwijderd om ervoor te zorgen dat er genoeg licht in de boom komt. Te weinig licht heeft een nadelige invloed op de kleur van de appels en de bloemknoppen voor het volgende jaar. Snoeien is een vak apart. De teler beslist tijdens het snoeien welke takken te dik, te oud of ziek zijn. Deze takken worden verwijderd. Ook takken die geen bloemknoppen (de dikke knoppen) hebben worden zoveel mogelijk verwijderd. Het is overigens wel heel belangrijk om ervoor te zorgen dat er ook genoeg bladeren kunnen groeien. Er is namelijk een verband tussen het aantal vruchten en het aantal bladeren. Gemiddeld zijn er 40 bladeren nodig om één vrucht te laten groeien. Door te snoeien hou je een fruitboom jong en zorg je ervoor dat de er genoeg vruchten groeien. Van december t/m februari wordt er ongeveer gesnoeid.

Lente
Naast de ‘gewone’ snoei, bestaat er ook een hele andere snoei: de wortelsnoei. Met wortelsnoei wordt er met een machine langs de bomen gereden. Deze machine bestaat uit een groot mes dat onder de grond het teveel aan wortels door snijdt. Of er teveel wortels zijn kunnen we zien aan de groei van de boom. Groeit een boom teveel, dan maken we de keuze om de boom af te remmen. De wortels die zijn doorgesneden sterven af en de boom krijgt minder voeding en gaat zwakker groeien.

In het voorjaar beginnen de bomen uit te lopen. Bladeren verschijnen en langzaam worden de bloemen zichtbaar. Wanneer de bomen in volle bloei staan, kunnen de bloemen geen graadje vorst meer verdragen. Dit is voor ons de tijd om goed in de gaten te houden of er kans is op nachtvorst. Is er nachtvorst op komst, dan maken we gebruik van onze vaste beregening. Door tijdens de vorst continu water over de bomen te sproeien, wordt de bloem opgesloten in een luchtbel met daaromheen ijs. De temperatuur van ijs is precies 0°C, maar zal niet verder dalen. Bij de overgang van water naar ijs komt er stollingswarmte vrij. Deze zorgt dat de temperatuur in de luchtbel nooit beneden het vriespunt komt. Wanneer er beregend wordt, is ’s ochtends de hele boomgaard veranderd in een groot ijslandschap. Wij kunnen pas stoppen met beregenen als het ijs massaal van de bomen valt. Anders gaat het ijs al op de boom dooien en gebeurd precies het tegenovergestelde van het proces en zullen de bloemen alsnog bevriezen.

De bloemetjes en de bijtjes... daar ligt het begin van het fruit. Als de nachtvorst voorbij is en de bloemen klaar zijn om bestoven te worden, wordt de hulp van bijen ingeschakeld. De bijen zorgen voor een optimale bestuiving van de bloesem, waardoor deze uit groeien tot een vrucht. Op verschillende plaatsen in de boomgaard worden bijenkasten geplaatst, zodat deze optimaal rond kunnen vliegen.
Enkele redenen waarom er bijen worden geplaatst ipv hommels:

Bijen zijn bloemvast.
Ze bevliegen tijdens hun vlucht één bepaald soort bloemen, bijvoorbeeld appels. Ze gaan niet, zoals hommels, van appel naar paardebloem en omgekeerd.

Bijen zijn plaatsvast.
Elke dag bezoeken ze bloemen op ongeveer dezelfde plaats. Pas als die bloemen geen nectar of stuifmeel meer leveren, gaan ze naar een andere plaats. Hierdoor worden ook de laatste bloemen bezocht.

Bijen zijn rijvast.
Ze vliegen van de ene boom naar de andere boom in dezelfde rij. Dit komt in het fruit veelal de noodzakelijke kruisbestuiving ten goede, vooral wanneer die afhankelijk is van stuifmeel van speciale bestuivingbomen. Dit soort bomen behoren tot de Malus en zijn beter bekend als sierappels. Zij staan in elke rij tussen het hoofdras. De bezetting van de bomen ligt meestal tussen de 5 en 10%.

Ook is het voorjaar het moment om te planten. De bomen die dan worden geplant komen van een boomkweker. Deze maakt bomen door een stukje van het te planten ras op een onderstam te zetten. Dit stukje groeit gedurende twee jaar uit tot een kleine boom. Na twee jaar in de kwekerij te hebben gestaan, worden de bomen in de winter gerooid en in een koelcel gezet. Deze koelcel bevat een nevelsysteem, zodat de bomen niet uitdrogen. In het voorjaar komen de bomen op afroep naar het bedrijf en worden ze meteen geplant. Door het grote temperatuurverschil, lopen de bomen snel uit.

Voordat de bomen geplant kunnen worden heeft er op het te beplanten perceel al heel veel plaatsgevonden: de grond is bewerkt, bemest (aan de hand van bodemonderzoeken)en de rijen zijn uitgezet. Vervolgens wordt er machinaal plantgaten gemaakt en er worden aan het begin en eind van een rij betonpalen geplaatst die middels een draad naar de grond verankerd zijn. Tussen de eerste paal en de laatste paal van een rij wordt draad gespannen. Tussen deze twee hoekpalen komen er om de 7 meter weer betonpalen te staan. Tussen de palen komen om de meter houten palen te staan. Alle palen worden aan de draad bevestigd wat zorgt voor de stevigheid.

Als dit allemaal klaar is, komen de bomen die meteen geplant worden. Nu alles staat is het tijd om de beregening aan te leggen. Vanuit de hoofdleiding in de grond, gaat er om de 6 rijen een slang van de eerste boom tot de laatste boom in die rij. Op deze slang worden vervolgens de sproeiers aangesloten die elkaar met beregenen net overlappen. Het is dus een heleboel werk om een boomgaard aan te planten!

Zomer
Nadat de bloemen zijn bestoven, groeien deze uit tot vruchten. Meestal heeft een boom te veel vruchten hangen, die nooit allemaal kunnen uitgroeien tot de vrucht die vanaf augustus t/m oktober worden geoogst. Om er toch voor te zorgen dat de appels en peren voldoende energie krijgen om te groeien, wordt er in de gedund. Met dunnen wordt er gekeken of de boom en het aantal vruchten die eraan hangen in balans zijn. Als er teveel vruchten zijn, dan worden deze met de hand verwijderd. De vruchten die blijven hangen, krijgen nu de extra energie, die anders naar de overtollige appels en peren was gegaan. Het dunnen is een precies werk en vergt enige kennis om te bepalen wanneer er een overschot is aan vruchten.

Soms wordt er in de zomer ook een beetje gesnoeid. Het gaat hier dan vooral om scheuten (recht omhoog gaande takken zonder bloemknop) die veel licht tegenhouden. Hierdoor kleuren de appels in de schaduw slecht. Wanneer het even kan, wordt deze snoei niet toegepast, omdat het voor extra groei zorgt en daarmee de balans tussen groei en productie verstoort.

Bij langere droge perioden of als de temperatuur overdag te hoog wordt (bij 30°C of meer), dan wordt er beregend. Dit is niet alleen om de bomen van genoeg vocht te voorzien, maar ook om het fruit af te koelen als het de hele dag in de zon hangt. Vruchten die lang in de zon hangen verbranden vaak en zullen later rot worden.

Herfst
De herfst is de meest hectische tijd op het bedrijf. In ongeveer 8 weken tijd moeten alle vruchten die gegroeid zijn met de hand worden geoogst. Sommige rassen moeten in twee of drie keer geoogst worden. Niet alle vruchten zijn op hetzelfde moment rijp en gekleurd. Door de ‘goede’ vruchten al te plukken, zullen de overgebleven vruchten snel bijkleuren en meestal na 1 tot 2 weken geoogst worden. Het plukken wordt samen met het personeel zo goed mogelijk gedaan.

Het fruit mag niet beschadigen. Dit zal leiden tot een slechtere kwaliteit of zelfs tot onverkoopbaar fruit. Het plukken gebeurd in grote voorraadbakken van 300 kg (appels) tot 350 kg (peren). Peren zijn zwaarder dan appels. Leg maar eens appel en een peer in het water. De appel blijft drijven, terwijl de peer zal zinken. De volle voorraadbakken worden vervolgens via een transportbedrijf naar de veiling getransporteerd. Hier worden ze in de koeling gezet. Dit zijn aparte koelcellen. De temperatuur is (afhankelijk van het ras; er zijn voor veel rassen aparte waardes) ongeveer 1,5 °C. Daarnaast wordt het zuurstofpercentage naar beneden gebracht.

Appels en peren ademen net als mensen zuurstof in en koolstofdioxide uit. Door de zuurstof te verlagen wordt het rijpingsproces vertraagd en kunnen appels en peren het hele verkoopseizoen bewaard worden. Dankzij deze methode kunt u als consument bijna het hele jaar door appels en peren kopen in onze winkel.

Wij zijn lid van, en ons product wordt vermarkt door Coöp. Fruitveiling Zuid-Limburg B.A.